Welliggendlight

Hergé in de Vlaamse kranten "Het Laatste Nieuws" en "Het Algemeen Nieuws" tijdens Wereldoorlog II, dat is genoegzaam bekend. Maar dat er ook tekeningen van zijn hand nog voor de oorlog verschenen waren in de Vlaamse dagbladpers, met name in "De Standaard", is veel minder geweten. We geven het ruiterlijk toe, hier bij ART9experts, wisten we daar helemaal niets van af.

Doch dankzij een Catawiki-veiling ontdekten we onlangs een exemplaar van die krant, gedateerd van 2 maart 1938, met twee tekeningen van Hergé: een kleine teaser op pagina 4 met agent 15 in de hoofdrol en 4 bladzijden verder een gag getiteld "Aan de zijde der 'wel liggenden' historie n°1". Leuk. De politieman van Quick en Flupke is zijn sympathieke zelf en hij wijst de lezers op de titel van de "historie" die op pagina 8 moet gezocht worden in een advertentie voor Simmons. Dat blijkt een bekend matrassenbedrijf te zijn dat zijn nieuwe modellen "om beter te slapen" aankondigt.

En dat je op een Simmons-matras beter slaapt, bewijst Hergé rechts bovenaan de bladzijde met de afbeelding van een "heer" die een "Simmons" had en zalig een natuurramp aan zich laat voorbijgaan. Deze eerste "historie" ligt helemaal in de lijn van Hergés gags (zoals bij voorbeeld die voor de scoutskalenders later). Onze opinie (want dat is de titel toch van deze rubriek...)? Fris, simpel, grappig en aandacht trekkend. Een geslaagde eyecatcher. Georges Remi als reclametekenaar kan ons doorgaans niet echt bekoren, behalve wanneer hij heel eenvoudig trouw blijft aan de stijl van zijn strips.  Maar hoeveel afleveringen van "Aan de zijde der 'wel liggenden'" zou hij gepleegd hebben voor "De Standaard"? 

Historie1NL

Simmonslight

Wellicht acht, want zoveel "Histoires - Du côté des 'Bien couchés'" verschenen er in het Franstalige dagblad "Le Soir" in datzelfde jaar 1938. Hierover vertelt Philippe Goddin werkelijk alles in het derde deel van zijn "Chronologie d'une oeuvre" (blz. 267 tot 271). 's Werelds grootste "Hergéoloog" publiceert niet alleen de 8 gags, hij weet ook te vertellen dat er een tweede teaser bestond, met een fakir die wat graag zijn spijkerbed zou omgeruild hebben voor een Simmons-matras. Maar over de Nederlandse versie vernemen we in dat dikke boek niets. Er is nochtans iets zeer merkwaardigs aan: zowel op de teaser als op de gag staat heel nadrukkelijk "DOOR HERGE" vermeld, als om te duiden dat de tekeningen door een zeer bekende kunstenaar werden geleverd. Maar was Hergé dan zo bekend in het noorden van het land? We denken het niet. Misschien, heel misschien, een beetje, doorheen zijn Tintin-albums die ook in Vlaanderen werden verkocht. Of misschien heeft het Franse reclame-agentschap Plasal, uit Parijs (!), gewoon de Franse teksten laten vertalen zonder veel over de zaak na te denken.

Hergé in "De Standaard", het blijft iets bijzonders. Lezers die andere voorbeelden van Hergés werk in de Vlaamse kranten van voor 1940 kennen, of die gewoon die 7 andere gags voor Simmons in hun bezitten hebben, mogen ons altijd contacteren. ART9experts zal hun opzoekingswerk passend belonen. — M.W.

 Histoire1FR

 

 AgentFR.pngFakirlight.png

© Hergé/Moulinsart bij alle tekeningen bij dit artikel. 

AddThis Social Bookmark Button

Goed artikellightKleursovjets

© Hergé/Moulinsart/Casterman 2017

We moeten u wellicht niet meer beschrijven hoe Kuifje in het land van de Sovjets er in kleuren uitziet: op bijna elke frontpagina van de kranten en in menige TV-nieuwsuitzendingen werden er beelden van getoond. Wijzelf kregen het album deze morgen pas in handen. We hadden er al dagenlang kritisch naar uitgekeken. De Sovjets in kleur ? Waar was dat goed voor ? Zou zo'n inkleuring via computer het werk van de meester niet ruïneren ? Niet dat het eerste Kuifje-avontuur van Hergé zo'n immens meesterwerk is (of was), maar toch, er zaten hier en daar heel vooruitstrevende tekeningen in het album, het verhaal had vaart en vooral veel speelsheid (dank u Bobbie). En ook die bijzondere, geheel ouderwetse sfeer.

En zie, nu ligt dat ingekleurde prille avontuur het hier bont te maken op de leestafel. Wat moeten we ervan denken ? Eerst en vooral is de inhoud niet gewijzigd en dankzij deze nieuwe editie zijn we het verhaal weer gaan lezen. Het dateert uit 1930 en werd pas in de jaren 1970 voor de eerste keer opnieuw uitgegeven op een kleine oplage voor de vrienden van de tekenaar. Het boek was taboe: anti-communistisch, dus reactionair, dus tegen links in het algemeen. Doch door het boek weg te moffelen - zeer tegen de wil van de tekenaar trouwens - zorgde uitgever Casterman dat het verhaal mytisch werd. Wanneer in 1981 eerst tienduizenden en later honderdduizenden exemplaren van de persen rolden, liep de verkoop als een sneltrein. Weg het geheimzinnige, weg het magische van Kuifje in het land van de Sovjets. Van zodra het boek geen "tijdsdocument" meer was, werd het opnieuw een voorbijgestreefde strip, de minst goede Kuifje, de jeugdzonde, het zwart-witte eendje in de bijt. 

Wellicht brengt de kleureditie daar toch enige verandering in. Laten we wat pro's en contra's op twee rijtjes zetten. Eerst de pro's. Wel, het album oogt geweldig, de zachte pastelkleuren en het gekozen niet geheel witte papier zorgen voor een aangenaam leesgevoel. Dit zou inderdaad de toegankelijkheid van het verhaal moeten verhogen, de leeskwaliteit verbeteren. Helemaal positief en lgrappig vinden we de vondst met de zwart-wit (!) schutbladen en met daarin de kleuren-knippoog van Kuifje in zijn Russisch pakje ! Dat is pas een link naar het rijke verleden van dit album.

Tintinrusselight

De blauwe schutbladen van weleer zijn zwart en wit en nu is Kuifje in zijn Russisch plunje in kleur ! Fun... -                                     © Hergé/Moulinsart/Casterman 2017.

De contra's dan. Het zijn niet de kleuren die Hergé destijds (vanaf 1942) koos, daarvoor zijn ze te mals, te soft. Hij hield van felle contrasten en dat was echt niet alleen omdat de techniek niets anders toeliet. Er bestaan brieven van Hergé waarin hij er bij zijn uitgever-drukker en bij de fotograveur op aandringt de kleuren op te voeren. Klare zwarte lijnen en zeer heldere, ongenuanceerde kleurenvlakken, zo moest het van hem. De Sovjets, ook ingekleurd, blijft aldus een apart geval in de serie...

En dat brengt ons bij de prangendste vragen over dit initiatief van de uitgevers Casterman/Editions Moulinsart. Zou Hergé dat gewild hebben? Hadden de erven wel het recht om te tornen aan het werk van de overleden tekenaar ? Voer voor een stevig debat: in ons Franstalig artikel hieronder (Tintouin en couleur) leest u alvast twee zeer uiteenlopende standpunten, die van Alain Baran, de laatste secretaris van Hergé, en Etienne Pollet, de laatste directeur voor de Hergé-collecties bij Casterman. Geniet en leer bij.

Wijzelf oordelen niet zwart-wit ! Ook niet in kleuren trouwens. Eerder grijs, een toppunt toch ? Persoonlijk denken we dat Hergé het anders zou gedaan hebben, maar de inkleuring niet zomaar zou verworpen hebben op het einde. En hij zou zeer blij geweest zijn mocht zijn bonte Sovjets een commercieel succes gebleken zijn. Maar dat is nog afwachten. 

 

AddThis Social Bookmark Button

Le Tintin au pays des Soviets mis en couleur par Moulinsart et édité par Casterman/Editions Moulinsart est paru et cela n'est pas passé inaperçu. Quel chambard dans les média traditionnels et quel hourvari entre les pour et les contre dans les média sociaux ! Bref, du tintouin à tous les étages. Deux grands copains d'ART9experts, Alain Baran, dernier secrétaire d'Hergé, et Etienne Pollet, dernier vrai responsable des collections Hergé chez Casterman, sont arrivés à des conclusions fort contradictoires à propos de cette édition nouvelle, coloriée à l'ancienne (c'est à dire , sur ordinateur mais de façon années 1930). Et cela, partant pourtant d'un même amour pour l'oeuvre d'Hergé. Comme ce sont des amis de la maison, ART9experts préfère leur laisser la parole.

RGSoviets

Communiqué du secrétaire d'Hergé

"PEUT-ON MODIFIER UNE OEUVRE APRES LE DECES DE SON AUTEUR? En mémoire d'Hergé dont j'ai eu l'immense privilège, d'être à la fois l'ultime secrétaire particulier et le proche ami jusqu'aux derniers instants de sa vie, je ne puis malheureusement pas me réjouir à propos de la publication d'une version en couleurs de la toute première aventure de Tintin, dont l'on célèbre aujourd'hui le 88ème anniversaire.Quoique fort réussie au plan technique, la mise en couleurs de Tintin au Pays des Soviets et surtout le fait de la publier sous le nom d'Hergé sont des atteintes au principe qu'après le décès d'un créateur, et de toutes les façons durant la période protégeant le droit d'auteur, le respect de toute oeuvre due à ce créateur impose qu'elle restât dans l'état où celui-ci l'a laissée.En effet, contrairement aux autres premières aventures de Tintin, en tout cas celles publiées à l'origine en noir et blanc, Tintin au Pays des Soviets ne fut jamais ni remanié, ni mis en couleurs par son auteur. De mes conversations avec Hergé à ce propos, j'ai en plus retenu que cette oeuvre de jeunesse n'avait pas vraiment sa place parmi les albums Tintin traditionnels, avant tout destinés au jeune public, faut-il le rappeler?L’auteur avait donc volontairement figé Tintin au Pays des Soviets dans sa version originale parue en album en 1930. Il fallut attendre 1973, soit plus de 40 ans après sa création, pour que l'ouvrage soit à nouveau accessible au public, mais sous la forme clairement affirmée d'archives.Il ne fait dès lors aucun doute que personne, en dehors d'Hergé lui-même, ne pouvait entreprendre la mise en couleurs de Tintin au Pays des Soviets aux fins d’un album entier commercialisé au même titre que les 22 autres aventures de Tintin portant la signature 'Hergé'". Signé, Alain Baran, mardi 10 janvier 2017 (date anniversaire de la naissance de Tintin). Merci Alain pour la clarté de ces lignes (!).

 Point de vue autorisé de l'ancien directeur des collections Hergé

Là nous devons vous conseiller de lire la réaction qu'Etienne Pollet a envoyée à Actua-BD sur le web (cliquez ici) à l'intention de tous "ceux qui aimeraient ne pas mourir idiots". Et comme intro il nous lance: "Voici une information fiable sur les avatars de l'album Tintin au pays des Soviets, depuis sa première publication en 1930. Ceux qui préfèrent l'ignorance, la désinformation et la méchanceté, se référeront plus simplement aux communications récentes d'un Hugues Dayez dans la presse, à la radio et à la télévision"...  Eh bien, voilà une entrée en matière bien musclée pour ce qui est en vérité une sérieuse mini-étude de la première aventure de Tintin dans le monde de l'édition. Quant à la colorisation en elle-même, nous ne citerons que quelques phrases de la conclusion de l'auteur:  "Une chose est certaine : la lisibilité de l’album en aura grandement bénéficié, et avec elle son accessibilité pour les plus jeunes. (...) Pour conclure, rassurons ceux qui n’approuvent pas la démarche : ils ne sont pas obligés d’acheter l’album, et encore moins de le lire ! Cela ne l’empêchera pas de connaître le succès, j’en suis sûr !". Signé, Etienne Pollet. Merci Etienne pour ta science et ton authenticité. 

Et vous, qu'en pensez-vous ? Et nous ? Nous avons notre opinion et nous la partageons... Comme les Dupondt !

 

AddThis Social Bookmark Button


TestaFR

Cover van de originele Franse versie in luxe oblong-uitvoering. Mooi, maar toch liever de gewone cover...

Laten we het jaar inzetten met een sterk verhaal (en enige vertraging aan onze kant, sorry), met name Het testament van William S.. Want jawel, beste lezers, het raadsel rondom het al dan niet bestaan hebben van 's werelds grootste schrijver/dichter William Shakespeare is eindelijk opgehelderd ! En door niemand minder dan Blake en (vooral) Mortimer en hun geestelijke stiefvaders scenarist Yves Sente en (vooral) tekenaar André Juillard. Een must voor de amateurs van het genre (Agatha Christie in strookjes) en/of de serie B&M gecreëerd door E.P. Jacobs. Yves Sente verzint sterke plots, maar werkt ze ietwat te moeizaam, te complex uit. Juillard maakt daar het beste van en groeit in zijn persoonlijke beleving van de reeks. Resultaat, een zeer leuk ogende strip met een script dat je nooit uit het oog mag veriezen. Dit album haalt niet het niveau van Het gele teken, maar de Londense naoorlogse sfeer zit goed en het respect voor de erfenis van Jacobs is overduidelijk.

Proficiat daarvoor want bij deze overtreft de fictie de realiteit in kwaliteit en integriteit. In het echte leven vergaat het de erfenis van de geestelijke vader van Blake en Mortimer immers veel minder goed: de Stichting Jacobs werd wegens allerlei extern en kwaadwillig gekonkel ontbonden en sindsdien verschijnen steeds meer originele platen op de grote veilingen in Parijs en Brussel. Welke duistere krachten zijn hier aan het werk ? Wie is de Septimus van dienst ? Wie manipuleert zijn Olrik(s) achter de schermen ? Wie weet ontploft hierover dit jaar nog een bom... Wij hopen het alvast en houden uzeker  op de hoogte. Geniet ondertussen van Mortimers jongste belevenissen in Londen en in Venetië.

TestamentSCouv2

De cover van de standaard uitgave en een niet gebruikte voorstudie van Juillard, te koop aangeboden bij galerij Champaka in Brussel 

Heel binnenkort verschijnt de beruchte kleurenversie van Kuifje in het land van de Sovjets en daar komen we zeker op terug in deze rubriek. Maar eerst moeten we onze achterstand wat inhalen en u toch nog twee albums aanraden. Misschien hebt u voor kerst of nieuwjaar wel "foute strips" gekregen... dan kunt u ze nog snel inwisselen voor de recentste avonturen van Alex (Het goud van Saturnus) of van Thorgal (album 35  Scharlaken vuur). Vooral deze laatste serie maakt een vurige doorstart dankzij een nieuwe scenarist, Xavier Dorison. Hierbij nog een tip: wanneer u in de stripwinkel het BM MAG ontwaart (het magazine van de distributeur Ballon Media), grist het dan mee: exclusieve voorpublicaties en interessante interviews met de beste striptalenten van het ogenblik, gratis ende voor niets. 

AlixSaturnThorgal35

 

AddThis Social Bookmark Button

 

thumb IMG 9553 1024

Wonderful, marvelous, astonishing ! But finished....

Fin de cette offre spéciale le 7 janvier 2017 - Einde van dit bijzonder aanbod op 7 januari 2017

 

AddThis Social Bookmark Button

ART9experts maakte van het voorbije veilingweekend in Parijs gebruik om een bezoek te brengen aan de Hergé-tentoonstelling in het Grand Palais. Beste ART9-fans, we kunnen jullie alleen aanbevelen om ons voorbeeld te volgen. En het is zeker niet omdat jullie ooit al het Hergé Museum in Louvain-la-Neuve hebben bezocht, dat jullie deze expo mogen laten links liggen. Integendeel, jullie gaan er Hergé herontdekken. De sfeer in dit Grote Paleis van Parijs is fantastisch, de tentoonstelling zit puik in elkaar, vol verrassingen en ontdekkingen, het personeel is er vriendelijk en... je mag er zelfs naar hartelust foto's nemen ! Allen daarheen. Hier alvast enkele beelden.

 OreillelightdefSovietslight

Een niet te schatten best of bij de originelen.

Ilelight1defIle2light

 Onze zeer persoonlijke voorkeur. En terloops gezegd, heel veel inkleuringen alweer.

Schilderlight

Hergés ander werk.

 GrandPalais

Het Grand Palais verwacht naar verluidt in totaal 1 miljoen bezoekers voor Hergé. Vorige vrijdag moesten wij in ieder geval niet drummen, maar je kan dat hoe dan ook beter vermijden door je toegangskaarten bij voorbaat aan te kopen via de website van de expo, die je hier kunt aanklikken. Veel plezier !

© Hergé/Moulinsart 2016 voor alle afgebeelde meesterwerken.

AddThis Social Bookmark Button

GERST 

Twee leestips voor de lange winteravonden in het verschiet. Zeker de eerste, de herdruk in integraal van De meesters van de gerst, verteld door niemand minder dan Jean Van Hamme, getekend door Francis Vallès en uitgegeven door Glénat. Toen dit epos van de brouwersfamilie Steenfort in 1992 in het Frans begon te verschijnen, waren we er al meteen weg van. Van Hamme weet hoe een krachtig scenario de lezers moet blijven verrassen en de stijl van Vallès past wonderwel bij het gekozen historish (en realistisch) gegeven. Hier zijn meesters van het stripvak aan het werk geweest. Zo ook de uitgever, die deze herdruk in een prachtig album gegoten heeft, met vier verhalen en een dossier(tje) met de stamboom van de families Steenfort-Texel en enkele bierkaartjes. Dit eerste deel van dit zeer Belgisch verhaal start in 1854 en eindigt in de jaren 1930, een flink stuk geschiedenis met de rijke kleuren van een uitzonderlijk gerstenat.

GELUCKJE

En nog Belgischer is wellicht onze tweede tip, De Koning der Belgen staat schaak, door Philippe Geluck (de man van Le chat/De kat) en Devig, verschenen bij Casterman. Dit is het vierde avontuur van Scott Leblanc, een soort Kuifje wiens avonturen zich in de jaren 1960 en in zeer klare lijnen afspeelt. De geest van Hergé zweeft ergens in de buurt, maar de strakheid van zijn stijl is alleen een beetje terug te vinden in het lijnenwerk van Devig (Christophe de Viguerie) doch niet in de verhaallijn(en) van Geluck, die gewoon zijn hartje ophaalt en ons meesleept in de meest extravagante scenaristiche fantasieën. Om u een idee te geven: de koning der Belgen (Boudewijn, jawel) wordt ontvoerd en vervangen door een dubbelganger die er moet voor zorgen dat de aanhangers van de vooroorlogse Nieuwe Orde alsnog aan de macht komen. Maar de held met de kuif zorgt hoe dan ook voor een happy end. Te gek? Wellicht wel en niet altijd zeer samenhangend, maar wat een lol. De pret van Geluck is aanstekelijk. En er is ook die eigen sfeer van het verhaal, die je af en toe terugvoert naar de wereld van De 7 kristallen bollen en/of Het gele teken. En zo zijn we terug bij de Meesters van het vak.

 

AddThis Social Bookmark Button

De traditie van deze website wil dat we in deze rubriek OPINIE alleen nieuwe strips bespreken die op een of andere wijze verbonden zijn met Hergé (dat is nu eenmaal onze "roeping"), de Klare Lijn en/of het weekblad Kuifje. Meestal komen dan ook herdrukken van de Avonturen van Kuifje aan bod of nieuwe albums van jonge(re) auteurs die de reeksen van E.P. Jacobs of Jacques Martin verder zetten. Welnu, deze zomer hebben we meer om handen gekregen. Stel je voor, er zijn nieuwe verhalen verschenen van Corentin en Michel Vaillant, twee helden die destijds zeker hebben bijgedragen tot het denderende succes van het tijdschrift Tintin/Kuifje. Verder is er ook een nieuwe Guy Lefranc — zijn we gewend — plus een bijzonder intrigerende strip in dezelfde stijl als deze laatste — maar dan met een aanpak en een vaart die we veel minder gewend zijn. Al bij al beleven we prachtige leestijden.

Corentin 

Maar laten we beginnen bij het begin. Op 26 september 1946 verscheen het eerste nummer van het weekblad Kuifje en dat telde slechts vier stripverhalen, getekend door Hergé, Edgar P. Jacobs, Jacques Laudy en Paul Cuvelier. Deze laatste was de benjamin van het creatief gezelschap, amper 19 jaar en toch schiep hij zijn onvergetelijke held Corentin Feldoë, een soort historische Bretoense Kuifje, maar feller en tegelijk somberder. We hebben hier niet de ruimte om al het goede dat we denken over deze creatie neer te pennen. De jonge Cuvelier (1923-1978) — striptekenaar tegen wil en dank, zo zou achteraf blijken — leverde een van de meest authentieke en artistiek waardevolle bijdragen aan het nieuwe tijdschrift.  

Vandaag, 70 jaar later, wordt de illustere reeks met Corentin (die amper 7 titels telde) verder gezet door de 42-jarige Belg Christophe Simon, met dank aan de nabestaanden van Cuvelier en met de medewerking van scenarist Jean Van Hamme, die ook al de laatste twee verhalen van de originele serie had geschreven in de jaren 1970. Het nieuwe album "De drie parels van Sa-Skya" wist ons meteen onder te dompelen in de sfeer van weleer. Verhaal en tekenstijl respecteren de exotische traditie en houden het niveau van de reeks hoog. Simons vaste tekenpen wist ons iets meer te bekoren dan Jean Van Hammes plot die weliswaar goed in elkaar zit doch ons niet echt wist te verrassen. Hoe dan ook een aanrader, ook voor de jongere volwassen lezers die hopelijk dankzij dit album van Le Lombard zin zullen krijgen om Cuveliers vroeger werk te ontdekken. 

Vaillant

Een andere reus uit de geschiedenis van Kuifje is Jean Graton, de schepper van Formule I-piloot Michel Vaillant, wiens avonturen in 1957 startten in het weekblad en die uiteindelijk 70 albums zouden vullen. Graton liet in 2004 het tekenwerk over aan zijn zoon en aan zijn studio en geniet sindsdien van een welverdiende rust. Zijn held daarentegen is nog steeds aanwezig op de race-circuits en blijft verbeten achter het stuur strijden tegen de meest verachtelijke schurken en valsspelers. Zo ook in "Heropstanding", uitgegeven bij Graton Editeur (jawel), waarin de hele familie Vaillant zich langzaam maar zeker uit een zeer duistere periode sleept. De stijl van de twee tekenaars van de vernieuwde serie, Marc Bourgne en Benjamin Benéteau, staat mijlenver van Gratons werk in Kuifje, maar oogt jong en modern en scherpt het verhaal perfect aan. Leuk om weten is dat Michel Vaillant (en zijn vriend Steve Warson) vandaag elektrisch en ecologisch racet in de Formule E en dat zijn wagen daarom niet langer "vroaaar" doet maar "wriiii". Dit album moet je lezen om weer helemaal mee te zijn met je tijd.

Vogelman

Hoger vermelde Corentin-tekenaar Christophe Simon werd ontdekt door niemand minder dan Jacques Martin, die hem in zijn team opnam om hem een aantal avonturen van Alex en Lefranc toe te vertrouwen. En zo belanden we bij de jongste belevenissen van de bekende Franse reporter in "De vogelman", verschenen bij Casterman. Dit album is getekend door de Fransman Régric (Frédéric Legrain), die ook al zijn naam zette onder "De eeuwige shogun". De nieuwste episode speelt zich af op de Paaseilanden op het einde van de jaren 1950 en is zeker een van de betere uit de Lefranc-reeks. De intrige is knap, de ontknoping onverwacht en het verhaal vertoont meer samenhang dan een paar andere, laten we zeggen "meer stormachtige" afleveringen. Het tekenwerk doet de late Martin alle eer aan en de inkleuring is gewoon geweldig.

Hitler

En dan nu ons buitenbeentje: "Kunnen we Hitler redden ?" van Jean-Christophe Thibbert en verschenen bij Glénat. Hier is de link met het weekblad Kuifje ver te zoeken, hoewel sommige Franse critici de 47-jarige Thibbert al "le nouveau maître de la ligne claire" noemen. Wellicht precies omwille van dit album, dat inderdaad qua stijl volledig aansluit bij de Casterman-reeksen die het oeuvre van Jacques Martin verderzetten. Maar de tekenaar doet het naar ons aanvoelen net iets beter, iets levendiger en sierlijker dan die Klare Lijn-collega's. Er zit vaart in dit avontuur. Thibbert is nochtans vooral bekend als een "trage" tekenaar, die pas om de zoveel jaar een album afwerkt, wat nefast is voor het succes van zijn series.

"Kunnen we Hitler redden ?" — in het Frans klinkt het nog sterker: "Il faut sauver Hitler" (Hitler moet gered worden) — blijkt het vervolg te zijn van een verhaal met de helden Kaplan & Masson, dat bijna 7 jaar geleden het licht zag en ontstond uit de samenwerking van Thibbert met de meer bekende stripauteur Didier Convard. Deel twee liet inderdaad lang op zich wachten. Wijzelf kenden de serie niet, maar geen nood, dit album kan perfect zonder die voorkennis gelezen worden. De titel doet het vermoeden, het draait om om een knotsgek gegeven, wat een complex spionnenverhaal oplevert dat zich afspeelt in 1958. We willen niets verraden, maar vertellen alvast dat de "Hitler" in deze plot een vrij sympathieke kerel is die verdient gered te worden uit de klauwen van de CIA, de KGB en... de nazi's ! Het houdt allemaal geen steek, maar het is spannend, geweldig en bijzonder vrolijk tegelijkertijd. Deze thriller knipoogt voortdurend naar de slapstick en dat is helemaal niet zo "ligne claire", doch wel zeer onderhoudend en heel knap getekend, met zeer realistische decors, die Hergé dan wel zou hebben bewonderd. Quod erat demonstrandum.

 

AddThis Social Bookmark Button

deuil-national-300x236

 

AddThis Social Bookmark Button

Tristan

Jawel, hier zijn we weer met een uitgave van Casterman die de reeksen van wijlen Jacques Martin verder publiceert. Geen nood, want dit is een aanrader. Ditmaal duiken we in de serie Tristan. De titel van de jongste aflevering luidt De ijzeren poort en is getekend door Paul Teng op een scenario van Jean-Luc Cornette en Jerry Frissen. De originele Franse reeksnaam is Jhen, en de serie startte reeds in 1978 in Tintin/Kuifje als Xan. Later nam Jacques Martin deze serie mee naar Casterman, wijzigde de naam en werkte verder met zijn oorspronkelijke mede-auteur, klare lijn-tekenaar Jean Pleyers. Het pas verschenen album van Paul Teng heeft stylistisch niets meer vandoen met die beginjaren, wat helemaal niets afdoet aan de kwaliteit van dit "ijzeren beeldverhaal". De nieuwe tekenaar kreeg van zijn uitgever en van de Studio Jacques Martin alle vrijheid om de serie naar zijn hand te zetten en hij heeft daar subliem gebruik van gemaakt.

Maar eerst het verhaal. Om niets te onthullen, houden we ons aan de tekst van Casterman. "Winter, 1442. Tristan en Venceslas reizen terug van Transsylvanië naar Frankrijk. Onderweg wil Venceslas een oude kennis bezoeken in een klooster. Tristan wacht op hem in het kasteel van Sibiu. Maar de regio heeft te lijden onder schermutselingen met het oprukkende Ottomaanse leger en Tristan komt vast te zitten binnen de muren van Sibiu, waar de laffe kasteelheer zich verborgen houdt. Ook het klooster wordt aangevallen en geplunderd - ondanks het verzet van Venceslas die gevangen genomen wordt. Tristan zal tot het uiterste moeten gaan om zijn vriend te redden."

Meer hoeft niet, doch weet dat het verhaal juist op dat ogenblik bijzonder spannend wordt, en nog gruwelijker. En daarbij past dus wonderwel die wat stekelige, harde maar zeer efficiënte tekenstijl van Teng. De sfeer die hij schetst is grauw, grimmig, dreigend. De overheersende kleur is koud grijs, ondanks de sneeuwlandschappen. Alleen het geelblonde haar van de held flakkert op in de duisternis. De inkleurster Véronique Robin heeft een prachtprestatie geleverd. Dit team creatievelingen, vermeld op de titelpagina van De ijzeren poort, zou ons ook in de toekomst moeten kunnen verrassen.

Doet de alles behalve heldere lijn afbreuk aan de nalatenschap van Martin? Heel zeker niet, de reeks heeft aan dynamiek gewonnen. Vergelijk dit album met de vorige titel uit de reeks, Dracula, getekend door Pleyers. Deze laatste is niet alleen bekend/berucht om zijn fijne pennentrek, zijn realistische, uiterst gedetailleerde stijl, doch helaas ook door "de stilstand" van zijn actiescènes. Paul Teng is zijn tegengestelde. En als we het goed begrepen hebben, dan zouden Pleyers en Teng achtereenvolgens de serie Tristan verderzetten. Dit kan alleen een verrijking voor elkaar en voor de strip betekenen. Tot slot, nog een weetje over de titel. De ijzeren poort is de naam van een diep kloofdal van de Donau, de grens tussen de zuidelijke Karpaten en de uitlopers van het Balkangebergte. Een prachtig en luguber decor voor een dito verhaal. 

AddThis Social Bookmark Button

Page 1 sur 5

Contact

Olivier2

Olivier Van Houte :
Cette adresse e-mail est protégée contre les robots spammeurs. Vous devez activer le JavaScript pour la visualiser.
+32 475 69 75 38

 

renders2

Marcel Wilmet :
Cette adresse e-mail est protégée contre les robots spammeurs. Vous devez activer le JavaScript pour la visualiser.
+32 495 533 548